
Gevoelens en Werkelijkheden zijn totaal verschillende fenomenen is mij in het leven wel duidelijk geworden.
Het voordeel is het spelen met werkelijkheden in therapie en coaching om mensen de kans te geven nieuwe voor hen betere keuzes te laten maken.
Het nadeel is dat er ook nog een keten is: werkelijkheid – waarneming (ter plekke of met oude beelden) – gevoel – koppeling aan ervaringen – betekenis geven.
Alleen het begin veranderen (werkelijkheid) geeft geen garantie dat de rest mee verandert.
Als voorbeeld iets waar ik mee heb lopen stoeien/ worstelen:
Een vriend van mij krijgt na een reeks van IC opnames te horen dat men niet meer gaat ingrijpen bij een volgende keer dat hij het benauwd krijgt.
Op zich een mededeling die bij hem en zijn vrouw uiteraard als meer dan een mokerslag aankomt.
Er is geen plan om het vonnis strak te plannen met euthanasie en hij is nog steeds goed ter been, geniet van zijn honden, eten en een glaasje Limocello.
Dan ontstaat ogenschijnlijk(?) een aparte situatie zo beleven zij, hun familie en vrienden dat.
Het einde is (niet) in zicht.
De voordelen zijn er ook want je kunt zaken regelen voor na de begrafenis maar ook de begrafenis, uitnodigingen, persoonlijk afscheid nemen van familie en vrienden en vele dingen die bij een plotseling overlijden helaas niet kunnen.
Er gebeuren allerlei werkelijkheden en gevoelens.
Ik word gevraagd een speech te houden op de begrafenis.
Uiteraard zeer vereerd, maar laten wij elkaar dan in de ogen kijken en vertel mij wat je zou willen, toch?
Dat levert een apart gesprek op.
Deze gesprekken vlak na de onheilsboodschap zijn bijzonder en bizar tegelijk voor MIJN gevoel.
Daarna gaan zijn afscheidsgesprekken verder. Dat duurt weken en er komt ook een avondmaal.
Nu gaat de hele keten op gang komen.
Beelden van het oorspronkelijke avondmaal waar Jezus zijn discipelen uitnodigt om afscheid te nemen voor zijn dood/ executie.
Maar ik voel mij geen discipel en dat wil ik ook niet, maar hem ook niet kwetsen.
Zonder dat oude beeld was het makkelijker geweest?
Ondertussen veel gesprekken met vrienden van hem over hun laatste gesprekken.
Allemaal termen als “emotioneel”; “bizar”; “hij zag er erg goed uit maar toch”.
Ook: “ging hij maar dood, het duurt zo lang”.
Plotseling kwam voor mij een oplossing hiervoor naar aanleiding van het bijschaven van de speech.
Ik wilde daarin een werkelijkheid maken die troost zou kunnen geven en een relativering.
“De afscheidsgesprekken waren bizar” omdat wij een deel weglaten:
Onze eigen dood die qua tijdstip even onzeker is als die van hem.
Als je die werkelijkheid toeliet dan was het een gewoon gesprek geweest tussen mensen die doodgaan en niet weten wanneer.
Zo zijn al onze gesprekken in het leven dus gesprekken tussen eenieder die doodgaat en niet weet wanneer.
Wij zijn dan plots allemaal ook gelijk op dit thema dat gewoon is.
Misschien worden onze gevoelens dan uiteindelijk toch gevoelens van een gewoon goed afscheid.
Ik zal hier mijn speech toch maar niet mee eindigen.