
Als burger begrijp ik niets van wat er gebeurt in de Algemene Beschouwingen.
Volgens mij was politiek:
– de wijze waarop in een samenleving de verschillende, vaak tegenstrijdige belangen van groepen en individuen tot hun recht komen; waarbij via onderhandelingen op verschillende bestuurlijke en maatschappelijke niveaus op inhoud oplossingen worden gezocht.
Ik zag wat anders.
Partijen en kabinet waren vooral bezig met vorm en met het onderbouwen van het eigen werkelijkheidsconstruct — men noemt dit visie:
“Mijn werkelijkheid is correct. Zo moet je het zien!”
Daarnaast veel polarisatie en weinig toenadering.
Loopgraven dus.
Weinig over de inhoud, mede omdat men er niet over wil praten als de ander niet akkoord gaat met voorwaarden.
Vanuit mijn persoon, mijn vak en veel jaren ervaring met gedrag en onderhandelen zie ik taferelen waarvan ik mij afvraag hoe vertegenwoordigers van ons allen zo vast kunnen komen te zitten in persoonlijke, partijpolitieke en electorale belangen.
Hoe kan dat?
Vanuit mijn werkelijkheidsconstruct verklaard:
Door de lange polarisatie in politiek, maatschappij en wereld lijken een paar wezenlijke zaken weinig aanwezig.
Niet alleen de vaardigheid van onderhandelen, maar ook het besef dat er een gelijkwaardige uitruil van belangen nodig is om effectief iets te bereiken.
En het besef van een Hoger Doel en een Stretched Target.
Een Hoger Doel overstijgt het eigen doel. Voor mij kan dat heel simpel zijn:
behoud van een leefbare aarde en samenleving voor huidige en toekomstige generaties.
Een Stretched Target is een doel dat je nooit alleen kunt bereiken.
Je hebt de ander nodig.
Ook die ander met een ander werkelijkheidsconstruct.
De één ziet regen. De ander zon. Wie heeft gelijk?
Waarneming blijft gelijk.
Waarom dan blijven discussiëren over welke waarneming de juiste is? Bedenk een scherm dat regen én zon tegenhoudt als dat nodig is.
Out of the Box dus.
Juist daarom vind ik een minderheidskabinet interessant. De macht van het getal is onvoldoende. Je hebt anderen nodig. Dat zou moeten dwingen tot onderhandelen op inhoud.
Maar dan moet je wel weten volgens welk principe je handelt.
Wil je zaken bereiken door onderhandelen op inhoud? Wil je zaken bereiken op basis van politiek? Of wil je zaken bereiken op basis van Macht en Geld?
In de werkelijkheid lopen die door elkaar.
Maar wanneer je zegt op inhoud te willen samenwerken, moet inhoud wel het uitgangspunt zijn.
Daar ontstaat naar mijn idee een principiële spanning in de huidige constructie.
Als je vooraf één politieke pool als regeringspartner accepteert en de andere pool niet, is er al een politieke selectie gemaakt vóórdat de inhoudelijke onderhandeling begint.
Het huidige kabinet koos voor samenwerking met de VVD en niet met PRO.
Daarmee is niets gezegd over VVD of PRO zelf.
Mijn vraag is een andere:
Kun je eerst op politieke richting selecteren en vervolgens van anderen vragen dat zij zonder die politieke selectie met jou op inhoud samenwerken?
Want daarvoor is congruent gedrag nodig. Gedrag dat past bij samenwerken:
- respect voor verschillende werkelijkheidsconstructen;
- een gezamenlijk Hoger Doel en Stretched Target;
- gelijkwaardige uitruil van belangen;
- ruimte voor Out of the Box-oplossingen;
- en een betrouwbare relatie.
In de organisatiewereld gebruik ik vaak:
“Je verkoopt geen product, maar een relatie.”
Een product wordt je gegund.
En de kwaliteit van onderhandelen over de prijs is mede afhankelijk van de kwaliteit van de relatie.
Waarom zou dat in de politiek anders zijn?
Als ik jou niet vertrouw, gun ik je weinig.
Als mijn werkelijkheidsconstruct bij voorbaat minder waard lijkt, waarom zou ik mij dan openstellen voor dat van jou?
Daar zit voor mij het probleem van congruentie.
Het mooie is dat zoiets hersteld kan worden.
Door vanaf nu consequent de inhoud als uitgangspunt te nemen.
Niet eerst:
Van welke partij komt het voorstel?
Maar:
Draagt het bij aan ons Hoger Doel?
Welke belangen zitten erachter?
Wat heb jij nodig? Wat hebben wij nodig? En wat kunnen we elkaar gunnen?
Dan wordt links of rechts minder interessant.
Misschien vraagt dat ook iets van de media.
Minder DIPPEN — Denken In Problemen.
Meer DIMMEN — Denken In Mogelijkheden.
Niet alleen vragen:
Waarom kan dit niet?
Maar:
Wat is nodig om het wél mogelijk te maken?
Van Angst naar Perspectief.
Misschien hoeven we verschillende werkelijkheidsconstructen helemaal niet kwijt.
Misschien hebben we ze juist nodig.
De één ziet regen.
De ander zon.
En samen bedenken ze iets wat geen van beiden alleen had kunnen bedenken.
Was dat niet precies waarvoor we politiek hadden bedacht?