Max Dendermonde is lang geleden (1916) Sinds die tijd gaat de wereld niet ten onder aan vlijt, maar aan regels. Aan lijsten, protocollen, formulieren, aan rapporten die heel zwaar wegen meer dan de werkelijkheid waarover ze gaan.
Ik heb hier veel moeite mee. Met opgelegde regels, bedoel ik. Soms voelt het alsof ze bedacht zijn om overtreden te worden. Als een soort mentale drempel; niet om ons te helpen, maar om ons klein en onder controle te houden.
Het botst met mijn lijfspreuk: “Het kan altijd anders”. “Out of the box” denken is lastig, als de box uit drie lagen regels bestaat. Creativiteit wordt dan geen bron, maar een risico.
Neem dat kleine huisje langs de dijk. Al jaren staat het daar; een beetje alleen in de wind. Langs de weg bij de dijk, heel stil Nieuwe bewoners willen verbouwen, aangepast aan deze tijd, Er moet een aanbouw bij.
Voor dat stukje extra ruimte moesten stapels onderzoeken worden gedaan. Er kwam een lijvig rapport van twintigduizend euro. Ik vroeg: “Hoeveel mensen zijn er dan langs geweest?” Antwoord: “Niemand.”
De geluidsmetingen van de dijkweg, waar al jaren meer huizen langs staan, werden gedaan vanaf een computerscherm op een kantoor. De werkelijkheid(?) als spreadsheet.
Een liefdevol, ludiek ritueel om een huwelijk in te luiden, met een tekst die voor mij zuiver en helder was. Uitgesproken moest het via justitie en zelfs bij een rechter. Afgekeurd. Opnieuw trouwen graag.; Nieuwe tijd, nieuwe kosten, de liefde zelf had geen loket.
En dan al die “rollen” waar we zogenaamd in rondlopen: rol als mens, als hulpverlener, als vader, moeder, werknemer, leerling, leraar. Alsof je als mens je voortdurend moet verkleden in functies, verwachtingen en mentaliteit
Ik vraag me af of natuurvolkeren dat ook zo beleven. Of dat een wolf in de roedel denkt: “Vandaag ben ik vooral in mijn rol als “leader of the band.”
Sinds de jaren zestig hebben we er een prachtige rol bij: de manager. Een functie die zelf niets maakt, maar wel meet, stuurt, vergadert en natuurlijk – regels toevoegt. Het is dus Waste in de keten en kost het vooral geld, zonder zichtbare bijdrage aan het eindproduct. Maar we houden ze graag, want zonder manager zou het wel eens menselijk kunnen worden?
Elke rol krijgt zijn eigen set regels. Zoveel zelfs dat we het verschil niet meer zien tussen de rol en de mens eronder.
Eens vroeg men mij een workshop klantvriendelijkheid te geven. Er was alvast ruimte in de planning, voor meerdere dagdelen gereserveerd. Ik stelde voor om het in één uur te doen.
Verbazing bij het management.
In dat uur stelde ik maar een paar vragen: “Wat doe je als iemand bij je thuiskomt die je hebt uitgenodigd maar nog niet echt kent?”
De antwoorden kwamen vanzelf: “Kom binnen.” “Zal ik je jas aannemen?” “Waar wil je zitten?” “Wat wil je drinken?” “Was de reis te doen?” “Zullen we beginnen?”
Aan het eind vatte ik samen: “Doe op je werk alsof je iemand thuis ontvangt.” Doe gewoon wie je bent en niet wat je bent.
Misschien is dat de kern van mijn ongemak. We hebben een wereld gebouwd waarin regels belangrijker zijn geworden dan de menselijkheid waarvoor ze ooit bedoeld waren.
En dus stel ik je één zachte vraag:
“Hoeveel regels in jouw dag zijn echt nodig?” “Nodig om een goed mens te zijn?” “En welke zijn niet meer dan dure, tijdrovende decorstukken waarachter we ons verstoppen?”
De Wereld gaat aan regels ten onder!
Max Dendermonde is lang geleden (1916)
Sinds die tijd gaat de wereld niet ten onder aan vlijt, maar aan regels.
Aan lijsten, protocollen, formulieren,
aan rapporten die heel zwaar wegen
meer dan de werkelijkheid waarover ze gaan.
Ik heb hier veel moeite mee.
Met opgelegde regels, bedoel ik.
Soms voelt het alsof ze bedacht zijn om overtreden te worden.
Als een soort mentale drempel; niet om ons te helpen,
maar om ons klein en onder controle te houden.
Het botst met mijn lijfspreuk: “Het kan altijd anders”.
“Out of the box” denken is lastig, als de box uit drie lagen regels bestaat.
Creativiteit wordt dan geen bron, maar een risico.
Neem dat kleine huisje langs de dijk.
Al jaren staat het daar; een beetje alleen in de wind.
Langs de weg bij de dijk, heel stil
Nieuwe bewoners willen verbouwen, aangepast aan deze tijd,
Er moet een aanbouw bij.
Voor dat stukje extra ruimte
moesten stapels onderzoeken worden gedaan.
Er kwam een lijvig rapport van twintigduizend euro.
Ik vroeg: “Hoeveel mensen zijn er dan langs geweest?”
Antwoord: “Niemand.”
De geluidsmetingen van de dijkweg,
waar al jaren meer huizen langs staan,
werden gedaan vanaf een computerscherm op een kantoor.
De werkelijkheid(?) als spreadsheet.
Een liefdevol, ludiek ritueel om een huwelijk in te luiden,
met een tekst die voor mij zuiver en helder was.
Uitgesproken moest het via justitie en zelfs bij een rechter.
Afgekeurd.
Opnieuw trouwen graag.; Nieuwe tijd, nieuwe kosten,
de liefde zelf had geen loket.
En dan al die “rollen”
waar we zogenaamd in rondlopen:
rol als mens, als hulpverlener,
als vader, moeder, werknemer, leerling, leraar.
Alsof je als mens je voortdurend moet verkleden
in functies, verwachtingen en mentaliteit
Ik vraag me af
of natuurvolkeren dat ook zo beleven.
Of dat een wolf in de roedel denkt:
“Vandaag ben ik vooral in mijn rol als “leader of the band.”
Sinds de jaren zestig
hebben we er een prachtige rol bij: de manager.
Een functie die zelf niets maakt,
maar wel meet, stuurt, vergadert en natuurlijk – regels toevoegt.
Het is dus Waste in de keten en kost het vooral geld,
zonder zichtbare bijdrage aan het eindproduct.
Maar we houden ze graag, want zonder manager
zou het wel eens menselijk kunnen worden?
Elke rol krijgt zijn eigen set regels.
Zoveel zelfs dat we het verschil niet meer zien
tussen de rol en de mens eronder.
Eens vroeg men mij
een workshop klantvriendelijkheid te geven.
Er was alvast ruimte in de planning,
voor meerdere dagdelen gereserveerd.
Ik stelde voor om het in één uur te doen.
Verbazing bij het management.
In dat uur stelde ik maar een paar vragen:
“Wat doe je als iemand bij je thuiskomt
die je hebt uitgenodigd
maar nog niet echt kent?”
De antwoorden kwamen vanzelf:
“Kom binnen.”
“Zal ik je jas aannemen?”
“Waar wil je zitten?”
“Wat wil je drinken?”
“Was de reis te doen?”
“Zullen we beginnen?”
Aan het eind vatte ik samen:
“Doe op je werk alsof je iemand thuis ontvangt.”
Doe gewoon wie je bent en niet wat je bent.
Misschien is dat de kern van mijn ongemak.
We hebben een wereld gebouwd
waarin regels belangrijker zijn geworden
dan de menselijkheid waarvoor ze ooit bedoeld waren.
En dus stel ik je één zachte vraag:
“Hoeveel regels in jouw dag zijn echt nodig?”
“Nodig om een goed mens te zijn?”
“En welke zijn niet meer dan dure, tijdrovende decorstukken
waarachter we ons verstoppen?”
Kijk maar wat je dan wil doen.