”Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet”
Al lange tijd erger ik mij aan al het gedoe rond de immigratie/ asiel keten. Niet zozeer over de aantallen, maar over de gesprekken, discussies, protesten, de media, de relschoppers en TV programma’s. Een continue herhaling van werkelijkheidsconstructen die niet altijd bij de feiten kloppen. Een voorbeeld: wij hebben feitelijk een daling van de instroom, maar men blijft zeuren over “ wij moeten de instroom verlagen”.
Maar het meest erger ik mij eraan dat men te veel voorbijgaat aan de essentie van deze migraties: het leed waardoor het veroorzaakt wordt. Er is geen asielaanvrager die uit een rijk, welvarend, democratisch, diversiteit accepterend land komt. Het klopt natuurlijk wel dat het aantal van dat soort landen in de minderheid is, maar die minderheid zou ook actiever kunnen zijn zich te vermeerderen, gezamenlijk. Hoeveel aandacht en acties zijn er om landen in armoede met corrupte regeringen en onderlinge oorlogen te hervormen? De bodemschatten worden er wel uit de grond gehaald en de producten worden wel extra belast bij import in Europa ,heb ik begrepen.
Ook roept dit gedoe een heleboel vragen bij mij op en kijk ik terug op mijn leven en deed een nieuwe ontdekking op mijn 76ste: “een zin in het leven” De zin: Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet
Ik ben opgegroeid in een Gereformeerd / Nederlands Hervormd gezin. Mijn ouders waren diaken en besteedden veel aandacht aan de zwakkeren. Totdat mijn vader ernstig en blijvend ziek werd. Ik zag de mensen van de kerk niet meer. Dat zette mij aan het denken en vroeg mij af waarom? Op het Gymnasium kwam ik de Griekse filosofie tegen, gedoceerd door een leraar die pijp rookte in de klas, maar mooi kon vertellen. Daar zag ik dezelfde gulden regen terug. Op 18 jarige leeftijd was ik receptionist in de avonduren in een Tehuis voor Joodse bejaarden. Daar verbaasde ik mij over de conflicten tussen de bewoners over zeer kleine dingen terwijl men veel had meegemaakt en hun religie ook als gulden regel mijn zin had. Als dienstweigeraar werd ik getraind door de Doopsgezinde Vredesgroep die zeker vanuit deze regel naar de wereld keek. Daarna arts geworden en na neurologie tcch maar psychiatrie specialisatie gedaan. Milton Erickson werd mijn Goeroe met de vergelijkbare regel: “Onvoorwaardelijke acceptatie van de werkelijkheid van de ander”.
In deze fase had ik het wel met religies gehad en koppelde ik Geloof los van Religie: je kunt geloven in wat dan ook, maar mensen maken er een regelsysteem van waar je aan moet voldoen als gelovige en accepteren dat een essentiële regel niet hoeft te worden nageleefd. Dat is religie, denk ik.
Het Taoïsme was mijn oplossing en dat is het nog wel steeds: leven zoals het leven is en bewegen op je intuïtie binnen het concept: Man + Vrouw + Kind + Oude man die onderling verbonden en wederzijds gedefinieerd. Ook daar de gulden regel. Door Milton en een Indiaanse dominee van mijn grootvader kwam ik in contact met de filosofie van de Hopi Indianen in Midden Amerika. In mijn workshops voor CapGemini had ik een sheet: “Grote Geest, geef dat ik mijn buurman niet beoordeel voor ik een mijl in zijn mocassins heb gelopen.” Ook daar dezelfde regel. Binnen deze hele worsteling kwam ik bij de Itjing uit, die ik nog vaak raadpleeg. Niet als antwoord, maar als aanspreekpunt van mijn intuïtie gebaseerd op “onvoorwaardelijke acceptatie” van het zijn van de lezer.
Door de asieldiscussie ontdekte ik dat deze grondregel in mijn leven verstopt zit of werd ik er bewust van. Maar ook de vraag die zich herhaalt: “De regel is in alle levensvisies te vinden, maar weinig volgelingen voeren deze ook uit. Waarom?”
Misschien een vragend antwoord: De echte waarachtige “believer” is niet gewelddadig?
Een zin in het leven:
”Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet”
Al lange tijd erger ik mij aan al het gedoe rond de immigratie/ asiel keten.
Niet zozeer over de aantallen, maar over de gesprekken, discussies, protesten, de media, de relschoppers en TV programma’s.
Een continue herhaling van werkelijkheidsconstructen die niet altijd bij de feiten kloppen.
Een voorbeeld: wij hebben feitelijk een daling van de instroom, maar men blijft zeuren over “ wij moeten de instroom verlagen”.
Maar het meest erger ik mij eraan dat men te veel voorbijgaat aan de essentie van deze migraties: het leed waardoor het veroorzaakt wordt.
Er is geen asielaanvrager die uit een rijk, welvarend, democratisch, diversiteit accepterend land komt.
Het klopt natuurlijk wel dat het aantal van dat soort landen in de minderheid is, maar die minderheid zou ook actiever kunnen zijn zich te vermeerderen, gezamenlijk.
Hoeveel aandacht en acties zijn er om landen in armoede met corrupte regeringen en onderlinge oorlogen te hervormen?
De bodemschatten worden er wel uit de grond gehaald en de producten worden wel extra belast bij import in Europa ,heb ik begrepen.
Ook roept dit gedoe een heleboel vragen bij mij op en kijk ik terug op mijn leven en deed een nieuwe ontdekking op mijn 76ste: “een zin in het leven”
De zin: Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet
Ik ben opgegroeid in een Gereformeerd / Nederlands Hervormd gezin. Mijn ouders waren diaken en besteedden veel aandacht aan de zwakkeren. Totdat mijn vader ernstig en blijvend ziek werd. Ik zag de mensen van de kerk niet meer.
Dat zette mij aan het denken en vroeg mij af waarom?
Op het Gymnasium kwam ik de Griekse filosofie tegen, gedoceerd door een leraar die pijp rookte in de klas, maar mooi kon vertellen. Daar zag ik dezelfde gulden regen terug.
Op 18 jarige leeftijd was ik receptionist in de avonduren in een Tehuis voor Joodse bejaarden. Daar verbaasde ik mij over de conflicten tussen de bewoners over zeer kleine dingen terwijl men veel had meegemaakt en hun religie ook als gulden regel mijn zin had.
Als dienstweigeraar werd ik getraind door de Doopsgezinde Vredesgroep die zeker vanuit deze regel naar de wereld keek.
Daarna arts geworden en na neurologie tcch maar psychiatrie specialisatie gedaan. Milton Erickson werd mijn Goeroe met de vergelijkbare regel: “Onvoorwaardelijke acceptatie van de werkelijkheid van de ander”.
In deze fase had ik het wel met religies gehad en koppelde ik Geloof los van Religie: je kunt geloven in wat dan ook, maar mensen maken er een regelsysteem van waar je aan moet voldoen als gelovige en accepteren dat een essentiële regel niet hoeft te worden nageleefd. Dat is religie, denk ik.
Het Taoïsme was mijn oplossing en dat is het nog wel steeds: leven zoals het leven is en bewegen op je intuïtie binnen het concept: Man + Vrouw + Kind + Oude man die onderling verbonden en wederzijds gedefinieerd. Ook daar de gulden regel.
Door Milton en een Indiaanse dominee van mijn grootvader kwam ik in contact met de filosofie van de Hopi Indianen in Midden Amerika.
In mijn workshops voor CapGemini had ik een sheet: “Grote Geest, geef dat ik mijn buurman niet beoordeel voor ik een mijl in zijn mocassins heb gelopen.”
Ook daar dezelfde regel.
Binnen deze hele worsteling kwam ik bij de Itjing uit, die ik nog vaak raadpleeg. Niet als antwoord, maar als aanspreekpunt van mijn intuïtie gebaseerd op “onvoorwaardelijke acceptatie” van het zijn van de lezer.
Door de asieldiscussie ontdekte ik dat deze grondregel in mijn leven verstopt zit of werd ik er bewust van.
Maar ook de vraag die zich herhaalt:
“De regel is in alle levensvisies te vinden, maar weinig volgelingen voeren deze ook uit. Waarom?”
Misschien een vragend antwoord: De echte waarachtige “believer” is niet gewelddadig?