Beter een goede buur dan een verre therapeut?

Naar aanleiding en reactie op mijn eigen blog “Coaching= oude wijn in nieuwe zakken?” bleef ik wat door mijmeren.
We leven in een tijd van paradoxen.
We zijn nog nooit zo digitaal verbonden geweest, maar de wachtlijsten voor de GGZ puilen uit.
Als we ergens mee zitten, zoeken we direct naar een label, een diagnose, een expert.
Hebben wij het ‘luisterend oor’ en “verbinding” geprofessionaliseerd en/of verpakt in DBC’s en behandeltrajecten?
Vroeger, in de tijd van de tegeltjeswijsheid, werd rouw, verlies of levenspijn vaak gedragen door het collectief. “Gedeelde smart is halve smart,” zei men dan.

In Tanzania, waar ik werkte in 1975, liep in het dorp een “gek” rond.
Hij haalde elke dag op een aantal plaatsen de bh’s en het ondergoed van de drooglijnen.  Later kwamen die ergens anders weer terug. Op mijn Westerse reactie reageerde men verbaasd: “Dat is toch niet zo bijzonder?” Men leefde ermee in de gemeenschap.

Grappig woord overigens: GEMEENSCHAP.
Gebruiken wij dat nog wel eens? In mijn omgeving niet.
Omdat wij zo weinig gemeenschap-pelijk beleven en doen?
Zo weinig gemeenschappelijke verantwoordelijkheid nemen?
Hebben wij nog gemeenschapshuizen?
Of zijn dat onze instituten?

“Gedeelde Smart is halve Smart”
Niet als therapie, maar als realiteit aan het tuinhek of de stamtafel, dus Van Buurman naar Behandelaar?
In mijn werk zie ik vaak dat mensen vastlopen omdat ze de verbinding met hun directe omgeving kwijt zijn. Naast het gegeven dat iedereen vol gepland lijkt te zitten is het geen gewoonte meer.
Ik heb een kleinzoon die nogal eens in zijn buurt met iedereen gaat kletsen of zelfs even aanbelt om te plassen. Hij is (dus?) een kletsmajoor(label) of is het een basale behoefte van de mens?
We hebben de neiging om elk ongemak te medicaliseren. Heb je verdriet? Dan heb je een depressie. Ben je druk? Dan heb je ADHD. En voor alles is een expert.
Maar zoals ik eerder schreef in mijn stuk over zorgkosten: de echte winst zit niet in goedkopere zorg, maar in minder zorgvraag.
Wat als we de oplossing niet zoeken in een systeem ver weg, maar in de straat dichtbij?

De Kracht van de Nabijheid
Een goede buur – of vriend, of partner – biedt iets wat geen enkele therapeut kan bieden: wederkerigheid en beschikbaarheid.
Een therapeut ziet je op afspraak, 45 minuten per sessie en je moet een afstand afleggen om er te komen.
Een goede buur ziet je als je het vuilnis buiten zet en ziet aan je schouders dat het niet gaat.
De “oude wijn” waar ik het eerder over had, de essentie van coaching en therapie, is in feite niets anders dan echte, diepgaande aandacht.
Waarom hebben we dat uitbesteed? Waarom durven we onze buren niet meer lastig te vallen met onze zorgen, maar betalen we wel een vreemde om ernaar te luisteren?

Terug naar de basis
Laten we de “Zorg op Maat” eens heel letterlijk nemen.
De maat van de mens is menselijk contact. Misschien moeten we, voordat we naar de huisarts gaan voor een verwijsbrief, eerst eens aanbellen bij de buren. Niet voor een kopje suiker, maar voor een kopje aandacht.
Want: Zachte heelmeesters maken stinkende wonden, maar een goede buur is beter dan een verre therapeut.

En misschien, heel misschien, is die buur wel de beste preventie tegen de Waan van de dag.